Maastricht - 1964
Guy Olivier beleeft een nieuwe periode van artistieke inspiratie en diepgang vanuit zijn atelier in Luik, de Waalse stad aan de Maas. Zijn hoogstpersoonlijke stijl vindt ondertussen door het hele land en daarbuiten erkenning. In zijn werken is het feestelijk druk, maar ingetogen.
Foto by Koen den Os @Pixelpartners
Ondanks de dynamiek van de afgebeelde personages zijn ze feitelijk rustig, als je kijkt naar hoe de verven elkaar raken en het kleurgebruik zich vermengd heeft tussen heuvels van tubevorming en penseelstreek. Frans T. Stoks schreef over het werk van Olivier: 'in Guy Oliviers schilderijen manifisteert de zuidelijke levenskunst zich altijd met een absurdistische knipoog of met een groteske uitvergroting en bijna altijd met een culinaire verwijzing of ondertoon. Blanke armen van meisjes als boudins blancs, rode pruilmondjes die aan de fraises glacesaus hebben gezeten. Ogenparen die zelden de zelfde kant uitkijken - daarvoor zijn de decolletes en de rues d'amour te diep, de ijscoupes te romig en verleidelijk, en is het gezelschap te divers. Voorwaar: Je komt ogen tekort'.


















